Tegenslagdag

Nu, mijn kleine kleinkinderen tieners zijn is mijn schatjesdag variabel geworden. Ik heb de donderdag regelmatig terug en vandaag ga ik er, thuis, een zinvolle en actieve van maken. Die gedachte komt bij me op terwijl ik nog uitgestrekt in bed lig en langzaam besef dat ik een nieuwe dag cadeau gekregen heb. Ik open voorzichtig mijn oogluiken en zie dat het daglicht nog niet echt mijn kamer is binnengedrongen. Hoe laat zou het zijn? Op dat moment schrik ik overeind van een grof grommend geluid en grijp ongecontroleerd naar de schuldige. Laat het trillende ding prompt uit mijn hand vallen waarop het kreng, zijn ingewanden en batterij, schaamteloos, bloot geeft.

Waar ik op dat moment die meervoudig onverzadigde woorden, op nuchtere maag, vandaan haal weet ik niet maar dat ik wakker ben weet ik wel. In de keuken blijkt de volgende verrassing al op de loer te liggen: mijn zin in roerei doet me een vers eitje tikken op de rand van een kommetje. Ploeps, hoor ik het ei zeggen en zie het in ijltempo de kortste ontsnappingsroute nemen: via aanrechtrand langs lade en kastje pardoes op de keukenvloer waar het me min of meer uitdagend ligt aan te kijken. Tegen de tijd dat ik de ravage in beide vertrekken op de rit heb bedenk ik dat het mooi geweest is en duik in mijn luie stoel met het boek: ‘Als je het licht niet kunt zien’. Een aanrader.



Wind-haantjes

Door deze column waait een stevige Wind. In consumentenprogramma Kassa worden we deze maand september met onze neus op zoutweetjes en niet-weetjes gedrukt. Koken met minder of zonder zout. We hebben per dag maar 2 gram nodig, maximaal 6 mag, maar ongemerkt eten we 9 gram. Dus werk aan de winkel. Onze Kok des Vaderlands zie ik hyperactief bezig met kookplaat en oven. Ondertussen probeert hij ons duidelijk te maken dat zoutmolen en -vat bij bereiden en eten van maaltijden niet bij de hand hoeven te zijn. (Dat is híj immers al!) Ik hoor hem zeggen: ‘Smaak is een emotie! Je eet ook met je hersenen’. Mooi gezegd van Pierre.

Voor mij had hij overigens een nieuwtje: ‘Naast zoet, zuur, zout en bitter kennen we nog een vijfde smaak: umami’. Umami, wat heerlijkheid of hartigheid betekent. Ondertussen waait en wervelt de Wind-hoos gewoon door. Tikt pijlsnel een rauw eitje tegen zijn kale Wind-ei. Raspt bloemkool, broccoli en citroen tot strooigoed om als smaakmakers te gebruiken. Bekleedt de bakplaat met gesneden groenten en fruit die in de oven gedroogd worden tot gezonde chips: de chipstechniek. Techniek? Mijn moeder droogde appeltjes op zolder. Frankrijkgangers ‘betrapte’ een 84jarige vrouw op háár techniek: kip in fietstas: ‘Om mijn kapster te betalen’. Mijn vader slachtte kip en ik hoor dat in díe techniek weer les gehaald kan worden! Nooit te oud om te leren, of, krijg ik nu alle Wind-haantjes, ongezouten, over me heen?

 

 



Werkweekend

Een greep uit mijn volle weekend: oude ambachten, monumenten, modern werk en in mijn hoofd de wetenschap dat er een column moet komen. Enkele uren in beeld: 3 generaties vrouwen snoeien en knippen de te brede heg van mijn tuintje. Dochter halveert het struikgewas met oplaadbare heggenschaar en kleindochter (9) springt takken tot takjes in de door buurtbewoners aangereikte groenbakken. Voor de door mij als grote hoop groen omschreven lading komt zoonlief, op klompen, voorrijden met een aanhanger waar mijn hele tuin in past. Een bezoek aan een monument naar keuze is de beloning voor de kleindochter: het klooster in Velp. Daar, in het Kapucijnenkerkje, probeer ik haar duidelijk te maken, wat biechten is. Ik laat haar zien hoe ik dat vroeger moest doen: Ik, het zondige kind, knielde in de biechtstoel om mijn zonden, fluisterend, tegen de biechtvader te vertellen. “Waarom fluisteren oma?”

Omdat anders iedereen in de kerk mijn zonden kon horen want deze deur was toen, in mijn herinnering, nog een gordijn. Niet gedetailleerd heb ik haar verteld van: ‘het schuifke’, dat, door biechtvader met een rotklap werd dichtgegooid als hem een grote zonde ter ore gekomen was. Zondag: oude ambachten. Breiende dames, die, net zoals de ambachtelijke schoenmaker, steek voor steek werken naar een tevreden resultaat. Op de hoek van de straat: Toon’s toefjes. Kleurige dahlia’s door Toon gebonden en verkocht compleet met bijbehorende verhalen. En, hier is mijn stukske dan toch nog: op de valreep.



Palindroom

Nee, het is geen enge droom. Het is een wel een woord dat mijn brein boeit. Bij het zien ervan dartelen alfabetten voor mijn ogen en de inhoud van meerdere letterdozen door mijn hoofd. Daartussen ga ik op zoek naar letters. Mijn doel? Een woord maken dat achterstevoren gelezen kan worden. Een woord waarvan van Dale zegt: Palindroom: woord dat ook van achteren naar voren gelezen kan worden. Mijn uitleg? Hoe we de letters wenden of keren: lol blijft lol en dood blijft dood!

Woorden als binnenstebuiten en achterstevoren kunnen me altijd lekker bezig houden en de nodige lol bezorgen. Zoals de, te late, ontdekking dat ik de wijde blouse achterstevoren over mijn hoofd gegooid heb. Of, de dag, dat ik na geslaagd gescharrel door Graafse Straatjes, thuisgekomen, me wil ontdoen van mijn fraaie, olijfgroen, linnen jasje. Op dat moment brengt een vluchtige blik in de spiegel mijn outfit genadeloos in beeld: beige katoenen voering tot de taille; daaronder zakken als fladderende flodderflapjes èn ongegeneerd wapperende draadjes van alle naainaden. Niemand heeft me erop attent gemaakt! Ook leuk, de keer dat ik, na een bak koffie bij mijn zus, wil vertrekken als ze vraagt: “Mankeer jij iets aan je voeten?” Na mijn verbaasde ontkenning: “Omdat je twee verschillende schoenen aan hebt. Zo ga je de Graaf niet in hè!” Te laat! Ik ben al geweest! Deze week bij de kassa: een bescheiden tik op mijn rug: “Elly, je hebt je shirt binnenstebuiten aan.” Lol! Ik leer het nooit: Raar!



Thuis best

We zijn er bijna! We zijn er bijna! Maar nog niet helemaal. Tijdens de heenreis kijken we reikhalzend uit naar welke verrassing ons te wachten staat. Daar kunnen immers de vrijetijdsomwentelingen, om onze eigen as, beginnen. Het proces van blank naar bruin heeft enkele weken te gaan. We passen ons aan. Spreken, met boek, handen en voeten, een andere taal. Zien armoede en rijkdom om ons heen en laten zonnebrandolie en euro’s rijkelijk door onze vingers vloeien. Drank, ijs en eten laten we naar hartenlust tot ons komen. Weegschaal en: ‘Even in mijn agenda kijken’, lijken nog ver weg. Als het zover is kan de terugweg niet snel genoeg gaan omdat we weten wat daar te wachten staat: ons eigen huis: All inclusive!

Doen we het daarvoor? Lekker weg om, bijgetankt, het hoogtepunt van de vakantie te bereiken: het thuiskomen. Daar, waar al onze gelukzalige gevoelens de vrije loop krijgen. We halen onze enthousiaste huisdieren op uit hun tijdelijke opvang. Zwaaien naar buren. Zetten ramen en deuren open. Ploffen met een aanloop in onze eigen bank. Verslinden de post. Gooien tassen en koffers op een grote hoop waar we nonchalant overheen stappen totdat de inhoud, ongesorteerd, zijn plek vindt voor de wasmachine. Als diezelfde machine zijn omwentelingen begint is er vast en zeker iemand de klos die denkt: Ik ben aan vakantie toe. Tot zover is alles als vanouds. Vandaag geven we ons weer over aan de gekte van onze snelle digitale tijd. Tip? Google: Vakantie in zicht!



Naam en bijnaam

Het was goed toeven op het overdekte verwarmde terras van de Poort van Cleve. Passanten groetten en lachten ons toe. Ik was in goed gezelschap: Margriet en Harry. Beiden geboren en getogen in onze eeuwenoude stad en bekenden van iedereen. De Snip en de Slungel wie kent ze niet? De gemoedelijke sfeer had een extra dimensie door een aangename gast: zomeravond. Mede daardoor kwamen onze herinneringen met bakken uit de hemel vallen. Oud-bewoners van de Klinkerstraat kwamen tot leven. Mijn bed stond ooit op nummer 14. Onze buurman bakte brood en gebak, zijn bijnaam: Dove Toon. Volgens mijn vader zat dat anders:”Laot mar us unne papieren knaak vallen dè heurt ie wel!”

Zijn oplossing voor een verstopte slagroomspuit was simpel: hij zoog er eens flink aan en hoppa: de kers kon op de taart! Aan de overkant draaide Bertha de voorloper van de tegenwoordige supermarkt: voorom of achterom, altijd open. Boodschappen thuisbrengen kon ook en zelfs op de pof: geen probleem. In het oude postkantoor zaten nog telefonistes die we eerst moesten bellen om een telefoonverbinding tot stand te brengen: “Hallo, met de centrale!” Mooi, te zien, hoe Joke van Piep het straatbeeld siert. Met haar trouwe viervoeter onderweg naar & Zn., die in de ambachtelijke schoenmakerij, zijn vaders leest, trouw is gebleven. Na zoveel kletspraot, onder de luifel, moest ik oppassen niet rechtstreeks ‘t Vagevuur in te lopen. Ja, echt! Dat kan alleen in de Graaf: binnen bij de Poort.



Tussenpersoon

Iedereen maakt, op gezette tijden, graag gebruik van: een tussenpersoon. Je weet wel: zo iemand die, stil en oprecht, voor je bidt, zoekt, werkt en vecht. Iemand die je motiveert of een belangrijke tip geeft. Iemand die een goed woordje voor je doet of je positief corrigeert. Soms denk je op het moment suprême nog negatief over hem/haar: waar bemoeit hij/zij zich mee of je schuift het op: eigen gewin. Vaak zien we het zelf nog niet helder of we kunnen de gevolgen niet overzien. De tussenpersoon, die, van de goede dekking van onze materiële en immateriële zaken weet daar alles van. Zijn, opgevolgd, goed advies, waarvoor relatie zelf de premie zal gaan betalen, gaat immers pas voor beide partijen waardering opleveren als er een beroep op de polis moet worden gedaan.

Mij hoor je niet klagen, mijn Moss doet het goed maar mijn Gemeente Grave minder kwam mij ter ore. Die teleurstellende mededeling kwam van een rasechte, strijdbare, Gravin. Haar teleurstelling ging gepaard met keihard bewijsmateriaal en een vriendelijk, dringend, verzoek: “Schrijfde gij er us un stukske over. Misschien helpt dè”. Zo bombardeerde zij mij tot haar tussenpersoon. Nu, de bezoekersmars naar het: ‘Het Arsenaal’ weer is ingezet geef ik aan haar betrokken bevel graag gehoor: Gemeente Grave plaats de oorspronkelijke naam terug. Vervang het straatnaambordje aan de zijgevel: Achter de Marsstal. Geschreven met dubbel S graag! Het zal u en het oude straatje sieren. Ambtenaren: Geef acht! Ik sta op wacht!



Hel en hemel

Koningsnacht, de nacht, waarin bakker Rob de hel zag branden terwijl hij zijn eigen oven niet kon stoken. Die nacht staat in zijn geheugen getatoeëerd. Nu de hel is gedoofd en de rotzooi geruimd kan hij samen met moeder Tilleke weer opgelucht ademhalen. Na het bakker-wakker-kraaien van de haan, terwijl de kippen nog op stok zitten en de klanten op één oor liggen, zal rooklucht plaats gaan maken voor de lucht van versgebakken brood. Gebakken in de warmte van de nieuwe oven van warme bakker: Rob Leurs. De historische schappen zullen weer pronken met de last die ze mogen dragen: broden en gebak met liefde en vakmanschap gekneed, geknipt, gedraaid en gevlochten.

Tilleke zal, vriendelijk buurtend met haar klanten, diezelfde schappen weer leeg verkopen. Ik hoop dat niet alleen de winkel maar ook de hemel voor hen open mag gaan. Dezelfde hemel die ik open zag gaan in de ogen van dè DJ van Catharinahof, bij het terughalen van zijn mooie nostalgische herinnering: “Kende gij die? De kippendans?” Met vliegensvlug bewegende pretoogjes neuriede hij de melodie waarin hij zijn, wat trager draaiende, kippendans-danspasjes probeerde aan te passen. Zijn hemelse goed-gevoel-gevoel straalde van hem af: “Het uitverkoren meisje, lag de hele dans als een veertje in je armen en je waande je als een engeltje in de hemel.” Díe hemel dus èn Bakkerij Leurs zie ik graag geopend: Jong, licht en vers smaakt beter en naar meer. Veel meer! Smul smakelijk!



Bruggenbouwers

De werkzaamheden aan onze Graafse brug zijn, op dit moment, een ijzersterk gespreksonderwerp. We hebben er ieder onze eigen mening over. De wekenlange periode is vraag één. De tijd van het jaar vraag twee. Dat er onderhoud gepleegd moet worden daar zijn we het wel allemaal over eens. We zijn immers trots op het monumentale bouwwerk, dat de Brabantse en Gelderse oever met elkaar wist te verbinden. Die trots en die verbinding willen we graag handhaven en dat vergt, op gepaste en ongepaste tijden, onderhoud.

Een brug bouwen is als het aangaan van vriendschap. Eerst, met gepaste inspanning, een verbinding leggen om die vervolgens met zorg en aandacht te onderhouden. Aan onszelf de keus: met wie en hoe? Kort of lang? Zwak of stevig? De oversteek in ons appartement hebben wij zelf geregeld met een pontje: ‘Trappenhuistraject’. Geregeld legt het aan bij mijn voordeur. Gulle gaven worden dan onverwacht bezorgd: ‘Voor jou, een pot honing, rechtstreeks van de imker.’ Of, tegen etenstijd thuisgekomen, een briefje op de deurmat: ‘Schol, worteltjes en piepers wachten in mijn koelkast op jou!’ En, om nooit te vergeten, de verrassende ‘om-iets-leuks-van-te-maken’ lading, ruim 100, eigenhandig door buurvrouw, steek voor steek, in elkaar ‘gepikte’ lapjes. Hoe leuk, het speeldoosje, met een eerder meegekomen lading, dat voor mijn kleine gasten onweerstaanbaar geworden is.

Noest werkende bruggenbouwers, tijd, periode èn om te rijden kilometers, ik neem het allemaal voor lief zolang ons pontje niet uit de vaart genomen wordt.   ‘Trappenhuistraject’: Behouden vaart! Bruggenbouwers: Bedankt!



ColoriMemorie

Zaterdag: Het druilerige waaiweer inclusief wilde windstootwaarschuwing en thuisblijfadvies heeft een weldadige werking op mij. Ik word mijn keukentje ingezogen en binnen de kortste keren trekt een vlaag kippenbouillonlucht, vermengd met het aroma van gebakken appeltjes met kaneel, mijn neusgaten binnen. Zijn dit: Vergeten luchtjes? Met die gedachte en een kop dampende koffie bestorm ik laptop om aan dit stukske te beginnen. Gejaagd door de wind waaien mijn gedachten terug naar donderdag: oudste zoon en ik lunchen op het zonnige terras van ‘Restaurant Colori’. We eten, praten, luisteren en nemen waar. Mijn blik valt op een schoolbord vol namen. Zijn het verkoelend, schuimende biersoorten? Bluswater om de dorst van Colorigasten te lessen? Of, is het een verborgen oproep aan voorkeurgasten?

Ik lees de in wit krijt geschreven tekst: Op de tap: Brugse zot; Liefmans; Blonde dern; Paulaner en Helse Engel. Uit de onderste aanbieding maak ik op dat over het doven van de recente vuurzee het laatste woord ook nog niet gesproken is: Brand! Ondertussen probeer ik de onontgonnen onderste laag van de belegde oerbroodberg, op míjn bord, te bereiken. Als die klus, op dit moment van de dag, te zwaar blijkt serveert de vriendelijke serveerster, op mijn verzoek, het restant in een doggybag met uitleg: ‘Door mijn baas geïmproviseerd.’ Mijn compliment voor de Coloribaas: ‘Jij kunt er iets van!’ Mijn vraag: ‘Mag ik bij jou? In gekleurd krijt op jouw bord?
Getekend: Grijze Gravin.