Bruggenbouwers

De werkzaamheden aan onze Graafse brug zijn, op dit moment, een ijzersterk gespreksonderwerp. We hebben er ieder onze eigen mening over. De wekenlange periode is vraag één. De tijd van het jaar vraag twee. Dat er onderhoud gepleegd moet worden daar zijn we het wel allemaal over eens. We zijn immers trots op het monumentale bouwwerk, dat de Brabantse en Gelderse oever met elkaar wist te verbinden. Die trots en die verbinding willen we graag handhaven en dat vergt, op gepaste en ongepaste tijden, onderhoud.

Een brug bouwen is als het aangaan van vriendschap. Eerst, met gepaste inspanning, een verbinding leggen om die vervolgens met zorg en aandacht te onderhouden. Aan onszelf de keus: met wie en hoe? Kort of lang? Zwak of stevig? De oversteek in ons appartement hebben wij zelf geregeld met een pontje: ‘Trappenhuistraject’. Geregeld legt het aan bij mijn voordeur. Gulle gaven worden dan onverwacht bezorgd: ‘Voor jou, een pot honing, rechtstreeks van de imker.’ Of, tegen etenstijd thuisgekomen, een briefje op de deurmat: ‘Schol, worteltjes en piepers wachten in mijn koelkast op jou!’ En, om nooit te vergeten, de verrassende ‘om-iets-leuks-van-te-maken’ lading, ruim 100, eigenhandig door buurvrouw, steek voor steek, in elkaar ‘gepikte’ lapjes. Hoe leuk, het speeldoosje, met een eerder meegekomen lading, dat voor mijn kleine gasten onweerstaanbaar geworden is.

Noest werkende bruggenbouwers, tijd, periode èn om te rijden kilometers, ik neem het allemaal voor lief zolang ons pontje niet uit de vaart genomen wordt.   ‘Trappenhuistraject’: Behouden vaart! Bruggenbouwers: Bedankt!



ColoriMemorie

Zaterdag: Het druilerige waaiweer inclusief wilde windstootwaarschuwing en thuisblijfadvies heeft een weldadige werking op mij. Ik word mijn keukentje ingezogen en binnen de kortste keren trekt een vlaag kippenbouillonlucht, vermengd met het aroma van gebakken appeltjes met kaneel, mijn neusgaten binnen. Zijn dit: Vergeten luchtjes? Met die gedachte en een kop dampende koffie bestorm ik laptop om aan dit stukske te beginnen. Gejaagd door de wind waaien mijn gedachten terug naar donderdag: oudste zoon en ik lunchen op het zonnige terras van ‘Restaurant Colori’. We eten, praten, luisteren en nemen waar. Mijn blik valt op een schoolbord vol namen. Zijn het verkoelend, schuimende biersoorten? Bluswater om de dorst van Colorigasten te lessen? Of, is het een verborgen oproep aan voorkeurgasten?

Ik lees de in wit krijt geschreven tekst: Op de tap: Brugse zot; Liefmans; Blonde dern; Paulaner en Helse Engel. Uit de onderste aanbieding maak ik op dat over het doven van de recente vuurzee het laatste woord ook nog niet gesproken is: Brand! Ondertussen probeer ik de onontgonnen onderste laag van de belegde oerbroodberg, op míjn bord, te bereiken. Als die klus, op dit moment van de dag, te zwaar blijkt serveert de vriendelijke serveerster, op mijn verzoek, het restant in een doggybag met uitleg: ‘Door mijn baas geïmproviseerd.’ Mijn compliment voor de Coloribaas: ‘Jij kunt er iets van!’ Mijn vraag: ‘Mag ik bij jou? In gekleurd krijt op jouw bord?
Getekend: Grijze Gravin.



LuxeProbleem

Bij Nettorama lagen ze, verleidelijk opgesteld, uitgestald. Bij de kassa keken ze me nog dwingend na: Pak ons. Omdat ik die aanblik niet kon negeren rende ik, uit de rij wachtende achter me, nog vlug even naar de weegschaal. Het werd een kilo. Deze mooie zomerdag nam ik ze thuis mee de tuin in om ze, een voor een, uit hun warme winterjas te ritsen. Die bezigheid opende niet alleen hun jas maar ook mijn ogen. Bij het openen van de, zongedroogde, gedragen buitenkant steeg mijn verbazing ten top. De hartvormige vruchtjes glimmen me tegemoet vanuit hun Maxi-Cosy, verzonken in een voering van zacht wit dons. Veilig vastgezet op afgepaste afstand van elkaar, beschermt tegen een vrije val. Voorzichtig haal ik ze los en bedenk dat deze tuinbonen niet wachten tot boontje om zijn loontje komt.

Alle veiligheidsregels zijn hier, door moeder natuur, in acht genomen terwijl ik nog steeds menig mensenkind in en op allerlei transportmiddelen los zie ronddobberen. Ik krijg kippenvel bij het zien en maak ouders erop attent. Maar wat moet ik met: “Mijn kind zit niet graag vast en ik hoef maar een klein eindje!”? Ik hou mijn hart en mijn kleinkinderen vast! Ik hoor Papa’s waarschuwingen nog, zittend, op de stang of pakkendrager van zijn fiets: “Houw oew eige goed vast en pas op da’oew vuutjes nie tussen de spaken komme”. Wij kenden de luxe van veiligheidsriemen en –stoeltjes niet en juist daardoor wel de afschuwelijke gevolgen.



Hondenleed

Een zomerse zaterdagavond. Muziek in de lucht. Het Kerkplein in Escharen is goed gevuld met belangstellenden. Op zelf meegebrachte klapstoelen zitten zij naast hun tas, gevuld met iets warms voor de inwendige mens èn voor als het weer omslaat. Muziekvereniging Eendracht en de Streetdance Groep zijn er klaar voor. Veel repetities verder, geven zij een gratis optreden voor Jan en alleman. Ook ik manoeuvreer mijn ‘aanhangwagentje’ gevuld met klapstoel, poncho, en bloemetje, voor de streetdancende kleindochter, richting plein. Hier is het vanavond te doen. Klanken uit muziekinstrumenten stemmen vrolijk en het plezier straalt van de dansende deelnemers. De handen van het publiek gaan enthousiast op elkaar. Deze avond kan niet meer stuk, denk ik nog.

Die optimistische gedachte neemt een andere wending als ik, thuisgekomen, mijn mail check. Het binnengekomen familiemailtje, met boekdeelsprekende foto, doet tranen in mijn ogen schieten. Bijgesloten tafereel toont wat zich ondertussen heeft afgespeeld voor mijn gesloten voordeur: 2 aangelijnde, hondjes, Pino en Poema, maken met lichaamstaal en tranentrekkende geluidjes hun verlangen duidelijk: open die deur! Hun teleurstelling is van het plaatje te lezen. Zij weten immers wat achter de voordeur, te wachten staat: een enthousiast onthaal en in het keukenkastje, de allerlekkerste brosse brokjes. Diezelfde brokjes, nu, binnen reukbereik en zij kunnen er niet bij! Met de staart tussen hun pootjes hongerig, hunkerend rechtsomkeer! Hondenleed in beeld!



Tieners van toen voelen Abraham al aankomen

Zij, 3 vrienden geboren in de jaren zestig, willen hem de das om doen. Het begon met een uitnodiging waarop foto’s met stralende kindergezichtjes die met pretoogjes aankondigen dat ze een feestje mogen geven. Compleet met verkleedpartij, swingende muziek en het bekende envelopje. Live muziek, laten ze ons weten, geluiden waar de jarigen zelf niet genoeg van kunnen krijgen. Zij zullen het bewijs leveren dat 50 maar een getal is en hun sportieve lichaam nog jong en vitaal: “BLaosde gij uhm mar op, Abraham!” Zij hebben hèm buiten gezet en daarna, samen met ons, de bekende bloemetjes.

Tienerfuiven, van toen, dansen op mijn netvlies: langspeelplaten en singletjes, één voor één op de pick-up leggen en omdraaien, volume op loeiend hard totdat de box bezwijkt. Onze ouders de deur uit. Gingen ze niet, na ons vriendelijke verzoek, dan voerden wij de muzikale herrie zo hoog op dat ze graag vrijwillig vertrokken.

Heerlijk, een verkleedfeest, verkleedde mensen gedragen zich vrijer en vrolijker. Deze avond denderen herinneringen van toen net zo hard binnen als de muziek van nu. Woorden zijn niet nodig. Bewegingen en gezichten zeggen genoeg. Ik slurp de sfeer. Wijn en bier brengen binnen plezier en buiten gaan de gesprekken in rook op. Het envelopje negeerde ik en schonk de sportieve jarigen: ‘n fluitje van 1 cent, een corsage voor moeder de vrouw, en de rest kunnen ze naar fluiten. Nieuwsgierig naar Abraham’s fluitje? Leny van Kempen heeft alles. Zij ziet je graag aankomen.



De jeugd van tegenwoordig

Een alom bekende uitspraak die iedere generatie kent en herhaalt. Ikzelf ben daar geen uitzondering op. Dat de jonge mensen, van vandaag de dag, zijn aangemaakt met andere problemen is overigens wel een voldongen feit: een onzekere erfenis èn een onzekere toekomst, waar ze niet om hebben gevraagd. Het wereldwijde web brengt ze overal en drukt ze met de neus op feiten waar wij vroeger geen weet van hadden. Ik schat in, dat het er voor hen niet makkelijker op geworden is. Sociale media lopen dag en nacht met hen mee in: hand, hoofd en broekzak. Maar, eerlijk is eerlijk, het is niet allemaal kommer en kwel.

Het is ook lachen als je in de achtertuin, als moeder van tegenwoordig, tegen etenstijd een mailtje krijgt van dochter van 9: Mama, ik heb honger! Terwijl je andere mooie tienerdochter, in Londen, ontdekt dat het er stikt van de ‘darlingen’. Iets wat wij al jaren wisten. Het waren immers hun overgrootvaders die ons van onze vijand kwamen bevrijden. En wat te denken van de selfie die de 17-jarige naar huis stuurt vanaf Vlielands vakantieadres met het onderschrift: Kijk! Dreadlocks! Dat is wat ik altijd al wilde! Vervolgens niet jijzelf maar haar grote broer zich zorgen maakt: “Hoe heeft ze dat kunnen doen?” En: wat er nu van zijn knappe zus terecht zal komen? Deze handvol, uit het leven gegrepen, voorvallen van de jeugd van tegenwoordig maakt mij genoeg duidelijk: ik was geen haar beter en ook niet slechter.



Ze halen mij allemaal in

Nee, niet met hardlopen, dat is niet zo gek op mijn leeftijd. Nee, ze halen mij in leef-tijd in! Ik ga proberen uit te leggen hoe ik dat ervaar en voel. Het lijkt nog zo kort geleden dat ik kindertaal sprak met onze peuter- en kleuterkinderen. Geleidelijk aan werden die woorden, in hun tienertijd, omgezet in zogenaamde verstandige taal. Vervolgens verlieten zij ons nest en bouwden er zelf een voor hun eigen kroost. Tegenwoordig praat ik met hen over hun kinderen en zij ervaren nu waar wij vroeger onze energie in stopten: adviseren; verbieden; goedvinden en afkeuren door eigen zorg – en levenservaring.

Met mijn kleinkinderen kan ik opnieuw verstandige taal praten. Ben blij te zien hoe zelfverzekerd zij in de wereld staan en mensen tegemoet treden. Nu mijn eindsprint is ingezet, voel, zie en hoor ik duidelijk hoe zij dichterbij komen in leef-tijd. Beide jongere generaties hopen en lopen hun toekomst tegemoet. Omdat de tijd die voor mij ligt afbrokkelt, voel ik, hoe zij mij op de hielen zitten. Ze staan in de zorgstartblokken en delen en verdelen zorgtaken richting mij. Zij spreken nu verstandige taal tegen mij: adviseren; keuren af en reiken helpende handen. Dit doet me goed en voelt goed maar bezorgt ook een dosis bewustwording van tijdsbesef en hoop dat kindertaal tegen mij spreken uit mag blijven! Leeftijd is een getal maar leef-tijd is er onlosmakelijk aan gekoppeld. Finish in zicht? Doorgaan met ademhalen en doorlopen maakt me per seconde rijker!



Slap slingerende slordige boekentassen

Binnenstad en buitengebied kleuren rood wit en blauw: de blijde boodschap van geslaagden hangt in de lucht. Felicitaties en kusjes slingeren rond. De atmosfeer heeft zich ook aangepast. Een deken van enthousiasme vermengt met opluchting en verlossing heeft zich opgetrokken. Voor deze of gene ligt her en der nog wel een lichte of zware her- op de loer. Zij zien de bui al hangen maar zolang donder en bliksem uitblijven gaan ze proberen het tij te keren. Hun diploma aan een zijden draadje terwijl de toekomst tastbaar is en op eigen benen staan in zicht. Stevig studeren voor een beter resultaat. Het is erop of eronder: nog een jaar dezelfde weg bewandelen of een nieuwe inslaan. Een nieuwe route met eigen verantwoordelijkheden, vrijheden en met de rugzak, gevuld door ouders en opvoeders, die in gebruik genomen mag worden. Tast toe!

De dag van de examenuitslag is voor ieder een zenuwslopende. In de meeste gezinnen ligt werk en telefoonverkeer stil. Bellen en gebeld worden is die dag uitdrukkelijk verboden. Je weet immers nooit! Maar wat als de tijd verstreken, de school nog niet gebeld en een lieve oom zijn felicitatie kwijt wil? De een slaat dan op tilt en de ander kan zich wel voor zijn kop slaan. Maar, oom heeft wel een punt gemaakt: zijn telefoontje heeft de krant gehaald!

Als ervaringsdeskundige, ik zakte en slaagde, gaat mijn gedachte terug naar de volgende morgen. De uitslag van gisteren die dan als een inslag binnenkomt: Geslaagd!



Gehoord, geluisterd en gedacht

“Wat zullen we vandaag eten? Jij mag het zeggen. Welke groenten? Geen groenten? Wil je liever frietjes? Dat mag. Zullen we die thuis bakken of halen? Je wilt een hamburger? Met mayo en curryketch? Lekker! Dan mag je nu het toetje uitzoeken? Oh, dat ziet er lekker uit met die gekleurde smarties. Wil je er ook slagroom op? Welke kleur? En wat wil je morgen meenemen naar de peuterspeelzaal? Jij weet wel wat lekker is, zeg! Denk je dat je zo’n hele grote wafel helemaal op kunt? Och, je hebt er graag nog een marsje bij? Zo, jij hebt al heel wat in je mars zeg maar je bent ook al bijna 3 jaar hè! Oh, pas op met die loopfiets dat er geen krasje opkomt.

Waar hebben we nu je winkelwagentje gelaten? Oh, daar zie ik het oranje vlaggetje al. Zal ik het even voor je wegzetten? Wil je nog even op de trilolifant voor we naar huis gaan? Zal ik dan vast je fiets in de kofferbak leggen?

Waarom huil je nu? Och, zijn we de lollie’s vergeten, da’s stom zeg, dan halen we die nog even bij het Kruidvat. Weet je wat? Daar mag dan een kleinigheidje uitzoeken, schatje. Kom eens even mij me dan poets ik je traantjes af.”

Verbaasd denk ik nog: jeetje, wat zijn mijn kinderen veel tekort gekomen. Dan, hoor ik mezelf winkelen bij ‘Appie en zo’ met mijn kleinkinderen. Maar och, dat zijn dan ook èchte schatjes.



Tieners van toen voelen Abraham al aankomen

Zij, 3 vrienden geboren in de jaren zestig, willen hem de das om doen. Het begon met een uitnodiging waarop foto’s met stralende kindergezichtjes die met pretoogjes aankondigen dat ze een feestje mogen geven. Compleet met verkleedpartij, swingende muziek en het bekende envelopje. Live muziek, laten ze ons weten, geluiden waar de jarigen zelf niet genoeg van kunnen krijgen. Zij zullen het bewijs leveren dat 50 maar een getal is en hun sportieve lichaam nog jong en vitaal: “BLaosde gij uhm mar op, Abraham!” Zij hebben hèm buiten gezet en daarna, samen met ons, de bekende bloemetjes.

Tienerfuiven, van toen, dansen op mijn netvlies: langspeelplaten en singletjes, één voor één op de pick-up leggen en omdraaien, volume op loeiend hard totdat de box bezwijkt. Onze ouders de deur uit. Gingen ze niet, na ons vriendelijke verzoek, dan voerden wij de muzikale herrie zo hoog op dat ze graag vrijwillig vertrokken.

Heerlijk, een verkleedfeest, verkleedde mensen gedragen zich vrijer en vrolijker. Deze avond denderen herinneringen van toen net zo hard binnen als de muziek van nu. Woorden zijn niet nodig. Bewegingen en gezichten zeggen genoeg. Ik slurp de sfeer. Wijn en bier brengen binnen plezier en buiten gaan de gesprekken in rook op. Het envelopje negeerde ik en schonk de sportieve jarigen: ‘n fluitje van 1 cent, een corsage voor moeder de vrouw, en de rest kunnen ze naar fluiten. Nieuwsgierig naar Abraham’s fluitje? Leny van Kempen heeft alles. Zij ziet je graag aankomen.